Lessen na het 'zwijgcontract' van Tergooi

De tragische dood van een jonge tophockeyer in het Tergooi Ziekenhuis heeft de jarenlange discussie over 'zwijgcontracten' in de zorg nieuw leven ingeblazen. In opdracht van het ziekenhuis deed een onafhankelijke Commissie onder leiding van prof. Pauline Meurs onderzoek.

Het advies van de : sluit na een calamiteit geen overeenkomsten met vergaande beperkingen, zoals een mediaverbod. Beperk je tot afspraken over de hoogte van de schadevergoeding en finale kwijting. Ga vooral niet verder, adviseert de commissie met klem. Spreek maximaal geheimhouding over de overeengekomen bedragen af. En beloof elkaar in de media niet te beschadigen. Niet met de pers praten is onwenselijk en onhoudbaar. Mede omdat patiënt en familie een wettelijk recht op informatie hebben. Zij mogen, aldus de commissie, daarom zelf bepalen wat zij met de informatie doen.

Zelfreinigend vermogen

Moeten zwijgcontracten daarom wettelijk verboden worden, zoals de SP wil? De commissie denkt dat het beter is om het aan de sector over te laten, bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). Ik geloof in het zelfreinigend vermogen van de zorg.

Opmerkelijk is overigens dat de commissie concludeert dat er in het Tergooi géén sprake was van een zwijgcontract. De overeenkomst was niet eenzijdig opgelegd door de zorgaanbieder in ruil voor een schadevergoeding. Bij beide partijen overheerste volgens de commissie de wens om de zaak af te sluiten. De moeder had, zo bleek tijdens het gesprek met het ziekenhuis, wel moeite met het mediaverbod. Zij had het onderzoeksprogramma Argos al ingeschakeld, maar tekende toch omdat zij extra geld kreeg voor het oprichten van een stichting ter nagedachtenis aan haar zoon.

Advocaat

De moeder werd tijdens de gesprekken met de raad van bestuur bijgestaan door een advocaat. Het is zelfs zo, aldus de commissie, dat de meest beperkende voorwaarden in de overeenkomst op instigatie van de advocaat van de moeder zijn opgenomen: zij zou geen tuchtzaak beginnen tegen medewerkers van het ziekenhuis, de aangifte bij het OM intrekken en er zouden geen uitlatingen in de media worden gedaan. De advocaat van de moeder wilde leverage hebben door deze punten op te nemen. Het ziekenhuis had toen moeten zeggen dat het extra geld er ook zou komen zonder die vergaande afspraken.

Flinterdun

De vaststellingsovereenkomst was volgens de commissie 'niet per definitie' juridisch onaanvaardbaar. Maar het onderscheid tussen aanvaardbaar en niet meer aanvaardbaar is  in de praktijk flinterdun.

Er zijn ook procedurele- en inhoudelijke fouten gemaakt: de dokters hadden moeten worden geraadpleegd omdat de gang naar de tuchtrechter werd uitgesloten, de passage over het intrekken van de aangifte bij het OM was inhoudsloos (het OM bepaalt zelf of het tot vervolging over gaat) en de vader - de ouders zijn gescheiden - werd ten onrechte buiten de afspraken gehouden.

Beleving

Een belangrijke les van de Tergooi-affaire is voor bestuurders: de  van partijen over het verloop van een onderhandelingsproces kan aanzienlijk verschillen. Het ziekenhuis is zich volgens de commissie onvoldoende bewust geweest van de 'kennelijke ambivalentie' van de moeder ten aanzien van zowel, de inhoud als het naleven van de vaststellingsovereenkomst. Kortom: zij tekende wel, maar het voelde niet goed. Dat liet zij ook blijken. Het ziekenhuis had op dat moment al kunnen zeggen: dan doen we het niet zo.

De tweede les is dat de maatschappelijke en politieke risico's moeten worden meegewogen bij het sluiten van dit soort overeenkomsten.

Verscheuren

De maatschappelijke discussie over zwijgcontracten was begin 2016 niet nieuw. Er waren  twee Kamerdebatten geweest, relletjes in de media. Toenmalig ziekenhuisbestuurder  in 2009 live op televisie een door zijn ziekenhuis opgelegd zwijgcontract.

Wij weten: dit soort afspraken komt vroeger of later naar buiten. Een zorgorganisatie staat in verband met de privacy per definitie op achterstand als het mediageweld losbreekt. De media en ook de politiek weten wel raad met de frames zwijgcontract en spreekverbod. Succes verzekerd, zo bewijst ook de Tergooizaak.

In de mediacratie is alleen het inwinnen van juridisch advies in dit soort gevoelige zaken onvoldoende. Het is de taak van communicatieadviseurs om te waarschuwen voor de risico's, met name het mediaverbod. Maar dan moeten zij er wel bij betrokken worden. Er had volgens de commissie afstand genomen moeten worden, de zaak is te geïsoleerd bekeken.

Tenslotte: de poging van de moeder en de bestuurder om de journalisten van Argos te laten afzien van publicatie was bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Het gezamenlijk ondertekenen van het verzoek interpreteerde Argos als het uitoefenen van druk door het ziekenhuis. Toen had het ziekenhuis de vaststellingsovereenkomst - afgezien van de financiële afspraken – beter kunnen verscheuren. De aloude les van Kingma.