Specialisten zijn geen ondernemers​

Mijn vader was advocaat. “Ik ben ook maar een kleine zelfstandige”, zei hij vaak. Voor de grap, maar met een serieuze ondertoon.  Hij was een goede golfer. Maar alleen in het weekeinde werd er gespeeld. Op de woensdagse Heerenmiddag – afslaan vanaf 12 uur – zag je hem niet. Dan moest de kleine zelfstandige namelijk werken. Niet voor de baas, en voor eigen rekening en risico.

 

 

 

Maar hoe kon het nou dat al die vrijgevestigde specialisten wel elke woensdagmiddag de baan ingingen? Verdienden ze teveel? Vonden zij het geen probleem om hun patiënten, klanten immers, op woensdagmiddag in de kou te laten staan? Waren de wachtlijsten niet ook hun probleem?

Verzet van vrijgevestigde specialisten

De vrijgevestigde specialisten hebben vele goede argumenten om zich te  tegen de plannen van minister Klink om hun salaris te korten. Maar ik stoor me aan hun argumenten die over ondernemerschap gaan. De uroloogschrijft in zijn opiniestuk in de van 15 juli  over de lange studie, de studieschuld, het betalen van goodwill. “De meeste specialisten beginnen hierdoor pas na hun 32ste levensjaar goed te verdienen.” En dan: “De inkomens van medisch specialisten lijken misschien hoog, maar vaak wordt vergeten dat zij van dit bedrag zelf de arbeidsongeschiktheidsverzekering moeten betalen en een pensioen moeten opbouwen. Voor dit laatste hebben zij slechts ongeveer 35 jaar de tijd. Ook moet in die korte tijd een hypotheek worden afgelost.”

Studies stapelen

Schrier schrijft over de keuze die je maakt als je medicijnen gaat studeren. Een lange studie die de belastingbetaler heel veel geld kost. Minister Klink, een stapelaar van studies, heeft ook lang gestudeerd. Ik hoor hem niet klagen. Laat staan dat Klink het vervelend vindt dat hij pas na zijn 32ste ‘goed’ is gaan verdienen, als dat al het geval zou zijn.

Ondernemerschap

Klein bier. Wat me in het verkeerde keelgat schiet zijn de klaagzinnetjes over de arbeidsongeschiktheidsverzekering, het pensioen en het aflossen van de hypotheek. Dàt raakt de kern. Want Schrier lijkt niet te begrijpen dat dàt er nou eenmaal bij hoort als je ondernemer bent. Hij wil alleen genieten van de voordelen van het ondernemerschap, en de nadelen niet dragen.  Er zijn tienduizenden ondernemers die een stuk minder verdienen dan Schrier. Zij breken zich elke maand het hoofd over die dure verzekeringen met kleine lettertjes, hun te kleine pensioen en de aflossingsvrije hypotheek die niet af te lossen lijkt. Vaak hebben ze er nog wat woekerpolissen bij. En dan heb ik het nog niet over de gevolgen van de crisis voor de business als het ontslaan van werknemers, klanten die te laat betalen en moeizame gesprekken met de bank.

Keuze voor veiligheid

Schrier legt zich er aan het aan het eind van zijn artikel toch bij neer dat hij 285 duizend euro gaat verdienen. In nog wel. De minister betaalt, en bepaalt. Een keuze voor veiligheid en tegen ondernemerschap. Over keuzes gesproken. Als ondernemer heb je veel vrijheid. Daar word ik, als kleine zelfstandige, gelukkig van. Hardlopen in plaats van golfen. Dat kost minder tijd, de klant merkt er niets van, en je wordt een stuk fitter.